Nieuws

Bestuurskracht en de menselijke maat

Nu wij nog steeds in afwachting zijn van een nieuw lokaal bestuur, bestaande uit een college van burgemeester en twee wethouders, roept dit gedachten op over het belang van bestuurskracht. Hoewel die kracht dan weer lastig te definiëren is, laat staan te meten, is het helder dat in zijn algemeenheid de kritische roep om leiderschap, voorbeeldgedrag en een nieuwe bestuurscultuur, steeds luider wordt.

In hoeverre die hang naar verandering gevoed wordt door kritiek en soms ook wantrouwen vanuit de maatschappij richting bestuur en wetenschap, is mij niet duidelijk. Maar helder is dat de ontevredenheid groot is. Staan wij op een kantelpunt?

De heer Hans Boutellier van de VU Amsterdam heeft hierover een mooi stuk geschreven. Hij veronderstelt dat de vraag naar een sterke decentrale bestuurslaag zich voordoet in een context waarin de nationale overheid aan kracht verliest. Dit kan, aldus Boutellier, te maken hebben met de Europese Unie, die door geopolitieke ontwikkelingen en de klimaatproblematiek sterker moet worden. Maar vooral ook met het legitimiteitsverlies van de nationale overheid in een sociaal versnipperde samenleving. De mensen verlangen naar ‘een andere bestuurscultuur’ en naar ‘de menselijke maat’ in de uitvoering. Vanuit het Rijk zien wij hier vooralsnog niet veel van, ondanks alle goede bedoelingen. De vraag is ook of een sterkere positie van de lokale overheid deze situatie kan verbeteren en welke condities daarvoor nodig zijn.

In de discussies hierover wordt vaak gewezen op de ontzuiling als de bron van de hedendaagse verhoudingen. Dat zou kunnen, maar wat is er daarna gebeurd? Dan valt vaak de term ‘neoliberalisme’. Het openbaar bestuur kwam in het teken te staan van het markt-denken met een grote nadruk op de individuele verantwoordelijkheid, een streven naar een kleinere overheid en privatisering van publieke diensten (denk aan de PTT, de zorg, de NS et cetera). Het deed zich voor tegen de achtergrond van een globaliserende economie van handelsverdragen en verplaatsing van productie naar lagelonenlanden. Op dit dominante (globale) marktdenken is veel kritiek mogelijk, maar tegelijk moet geconstateerd worden dat velen hiervan hebben geprofiteerd, al is het maar via spotgoedkope producten in de massa-markten. Consumeren vinden wij heerlijk! Het werd met andere woorden ook gewild, hoewel de gevolgen hiervan voor de natuur te weinig of niet werden meegenomen. Met alle gevolgen van dien.

In politieke zin is er ook nog iets anders wat speelt. Met de secularisering kwam een einde aan de politiek van ‘de grote verhalen,’ al dan niet religieus geïnspireerd. Een pakkend verhaal als een levensbeschouwelijk totaalpakket van een mens- en maatschappijvisie, van een partij en een sociale beweging, van verbindingen tussen jong en oud en vooral van de gewone mens en de rijke elite. In die situatie ging een bestuursvorm domineren die we kunnen typeren als pragmatisch: politiek voeren naar het gevoel van ‘wat werkt’. Deze benadering was enige tijd zeker een (economisch) succes, maar gaf uiteindelijk ook problemen.

Het publieke domein wordt vanuit het adagium ‘wat werkt’ ingericht op basis van effectiviteit en efficiëntie. Zakelijk denken dus, bijna los van basisprincipes, afgeleid van mensbeeld en maatschappijvisie. Alsof onze maatschappij als een bedrijf geleid dient te worden. Hoewel voorstanders zullen zeggen: “Wie kan er nu tegen effectief en efficiënt besturen zijn?” Het algemeen belang blijkt toch meer te vergen. Die ingezette flexibiliteit, het meebewegen, maakte politieke stromingen fletser. De argumentaties voor deze zwenkingen waren altijd te vinden in wat ‘het beste’ is voor het land, gezien de omstandigheden….

En zo ontwikkelde beleid zich steeds meer tot ‘een complex’ van gerationaliseerd beleid, begeleid door wetenschap en journalistiek. Bij het ontbreken immers van richtinggevende ‘grote verhalen’ nam de wetenschap een meer vooraanstaande rol in. En met dit werd het marktdenken steeds dominanter, hetgeen naadloos aansloot bij de globalisering van de economie: goedkoper, sneller, soms ook beter. Ruim baan aan ‘de markt’, aan het grootkapitaal. Het neokapitalisme kwam in een versnelling, want de markt leverde. Vooral de middenklasse profiteerde ervan binnen een breed gespreid consumentisme.

Toch wordt gaandeweg het ontbreken van de ‘grote verhalen’ steeds meer gemist, terwijl  de nadruk op bureaucratische principes als effectiviteit en efficiëntie, ‘het systeem als geoliede machine met algoritmes’, steeds belangrijker wordt. De onderliggende politieke keuzes werden steeds vager, alles werd anoniemer (want het systeem…), hetgeen uiteindelijk leidde tot steeds meer wantrouwen. Van overheid naar burgers – maar ook omgekeerd. Het systeem lijkt nu dus vast te lopen of is dat te somber gesteld?

Zeker in het licht van enkele pijnlijke affaires en het coronabeleid, gebaseerd op ‘het systeem’, leidde dit alles tot een tegenbeweging die op zoek ging naar een eigen waarheid. De ‘waarheid’ volgens de overheid werd sowieso al minder vanzelfsprekend geaccepteerd. Het pragmatische bestuur piept en kraakt, maar een alternatief daarvoor is niet zomaar gevonden.

De groeiende ongelijkheid, de politiek zonder overtuigend verhaal, de oorlog in het oosten van Europa, met alle crises tot gevolg, de verlangde, maar niet geboden openheid, de opkomst van het populisme, die zich weer beroept op ‘de wil van het volk’, verwijzend naar de behoefte aan verandering, noopt ons tot bezinning, goed luisteren naar elkaar en samen aan de slag, terug naar de menselijke maat. Hoe zouden wij dit concreet vorm kunnen geven?

Wellicht moeten wij onze positie versterken ten opzichte van de nationale overheid, maar ook en vooral ten opzichte van de eigen bewoners. Wij moeten samen een antwoord vinden op de vraag hoe de ongelijkheid te verkleinen zodat iedereen mee kan blijven doen. Een gedragen visie, waarin het perspectief van alle eilanders centraal staat; hierop ontwikkelen lijkt de kunst te zijn. En dan aan de slag. Hoe?

Met voldoende financiële armslag om in ieder geval de scherpe kanten van de ongelijkheid tussen burgers lokaal te verzachten. Dat vraagt solidariteit.  Meer armslag zou misschien mede kunnen door verschuivingen in het belastingregime. Het vraagt hoe dan ook om gegarandeerde lokale armslag vanuit het rijk.

Met een sterke B&W op het eiland, inclusief een goede bestuurlijke en ambtelijke verbinding tussen nationale, provinciale en lokale overheid, inclusief dus Staatsbosbeheer, Rijkswaterstaat en het Wetterskip. En zeker ook in samenwerking met de andere Waddeneilanden en middels de overige bestaande samenwerkingsverbanden. En dan is het de kunst om de nationale en de lokale ambities met elkaar in overeenstemming te brengen. Dat kan door elkaar te leren kennen, de  samenwerking actief op te zoeken en door het opbouwen van frisse netwerken. Wij hebben elkaar immers allemaal nodig.

De menselijk maat terug als fundament. Lokale bestuurskracht door versterking van de lokale democratie. Die gewenst sterkere positie van onze gemeente begint bij een gerespecteerde positie onder haar bewoners, waarin hun perspectief daadwerkelijk centraal staat. Als zo’n positie ontbreekt, schaadt dat de vertrouwensrelatie tussen gemeente (overheid) en burgers. De kunst zal zijn de lokale samenleving dichter rond de burgers en hun zorgen georganiseerd te krijgen. Elkaar ontmoeten en naar elkaar luisteren is dan een groot goed, het algemeen belang indachtig uiteraard.

Dat vergt geloofwaardig (en waardig!) optreden, dat wil zeggen zichtbaar, met aandacht en respect voor bewoners, integer en adequaat handelen. De eilanders centraal stellen vraagt om nieuwe vormen van betrokkenheid: participatie met een mooi woord.

Ook kunnen wij naar ons idee zoals gezegd nog veel winnen aan slagkracht door meer inhoud te geven aan het Waddensamenwerkingsverband. Zowel richting Rijk als richting Europa (voor de benodigde financiering van allerlei projecten die onze leefbaarheid versterken). De inzet op de ingediende Regiodeal is hiervan een uitstekend voorbeeld.

Maar nu eerst en vooral het optuigen en installeren van een college van B&W, die pro actief en rechtvaardig handelt en met moed en inlevingsvermogen acteert. Met de menselijke maat op ons eiland als leidraad immer streven naar bestuurlijke, inhoudelijke én democratische versterking van ons eigen functioneren als lokale overheid. Voor bestuurskracht met de menselijke maat is dat onontbeerlijk. Dit werk van het lokale bestuur zal nooit afgerond zijn maar altijd blijven vragen om samen de handen uit de mouwen te steken, samen op weg om het goede te behouden en de verbeteringen te bewerkstelligen. Samen.

Met dank aan Hans Boutellier (2015), Het seculiere experiment. Herziene druk 2019, Den Haag: Boom.

Henk Veerdig

2 reacties

  1. Goed verhaal, Henk. Maar in kan me ook voorstellen dat je kiezers, en andere inwoners van vlieland, nu het over een paar dagen 3 weken geleden is dat de kandidaat wethouder zich terug trok , behoefte hebben aan antwoord op twee eenvoudige concrete vragen: wat zijn de eilander politici aan het doen en wanneer heeft de gemeente Vlieland weer een college met 2 wethouders?

  2. Ik heb de vergadering van vanavond niet kunnen zien, omdat de ICT van de gemeente anno 2022 kennelijk nog steeds niet in staat is om een livestream op internet te zetten die je met je telefoon kunt volgen. Ik hoorde dat het ook via de pc dikwijls een ramp was en dat is niet de eerste keer overigens.

    Dat gezegd hebbende: leuk lang verhaal maar we weten dat de menselijke factor nooit uit is geweest en in dit tijdperk van individualisering belangrijker is dan ooit. Het uit zich ook in de uitslag van de QSLD: men wil betere communicatie, en de burger wil meer gehoord worden.

    De raad kan er alleen zijn voor de burgers als ook de wethouders aan de slag kunnen. Het ging bijna de goede kant op: na een gênant lange en ordinaire ruzie (die vast nog niet over is achter de schermen) waarmee jullie als raad de lokale politiek door het slijk hebben gehaald, leek er dan toch eindelijk een proactieve raad herrezen die met een mooi akkoord de wethouders opdrachten zou geven (in plaats van amechtig achter ze aan te hollen, zoals landelijk de norm is). Dat was zomer. Daarna was ik aangenaam verrast te vernemen dat we twee wethouders zouden krijgen die beiden van de wal kwamen: zouden we dan toch hebben geleerd van de belangenverstrengelingsaffaires?

    Ik lees nu dat Vlieland de laatste gemeente is die nog geen wethouders heeft. Hoe is dit zo gekomen? Doe als raad eens eerlijk verslag van wat er achter de schermen onderling gebeurt. Dat zijn jullie als raad naar de burgers verschuldigd, want meer dan een half jaar na dato kan er nog niets van het takenpakket werkelijkheid worden want we hebben nog geen twee wethouders. Hopelijk de 31e wel maar ook dat moeten we nog zien, natuurlijk.

    We kunnen lang of kort praten over de menselijke maat, van Protagoras tot het Antropisch kosmologische beginsel. Of neem Jacques Monod uit Chance & Necessity : “De mens weet eindelijk dat hij alleen staat in de onverschillige oneindigheid van het Heelal waaruit hij toevallig is opgerezen. Evenmin als zijn lot, staat zijn plicht ergens beschreven. Het is aan hem om te kiezen tussen het Koninkrijk en de duisternis” en hoe existentialisten die onbepaaldheid en leegte hebben aangegrepen om te benadrukken hoe wij allemaal verantwoordelijk zijn voor het inkleuren van zingeving. Die eigen verantwoordelijkheid blijft universeel. Wat mensen door de tijden heen van elkaar verwachten blijft ook geldig en is niet zo moeilijk te raden: waarachtigheid, eerlijkheid, duidelijkheid en transparantie. Den Haag geeft die nog steeds niet, maar jullie nog veel minder. Ik heb tot nu toe nog geen raadsvergadering gezien waar ook maar één raadslid zijn of haar schaamte heeft geuit voor het feit dat jullie het niet sneller eens hadden kunnen worden. Waarom sorry zeggen zo moeilijk is, blijft voor mij een raadsel. Ik heb het jullie tenslotte nog voorgedaan ook.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Gerelateerde berichten

Spelen met vuur(werk)

Afgelopen week ontstond in kleine kring door eilanders een spontane digitale discussie met onze fractie Lijst Fier rondom het jaarlijks mogen afsteken van vuurwerk in

Lees verder »

Participatie in de praktijk

Tijdens het vragenuurtje van de raadsvergadering van maandag 10 oktober stelde Henk Veerdig vragen aan de voorzitter over participatie. De gemeente heeft zich tot doel

Lees verder »